Andere informatie en diensten van de overheid: www.belgium.be

Invasieve soorten

Invasieve soorten of exoten zijn planten, dieren of micro-organismen (bijvoorbeeld schimmels) die van nature niet in onze streken voorkomen. Door vrij verkeer van mensen en goederen, hebben deze soorten zich verspreid buiten hun natuurlijke omgeving. 

Dit kan enkele risico’s met zich meebrengen. De invasieve exoten kunnen:

  • De inheemse biodiversiteit schaden, bijvoorbeeld door de ruimte of het voedsel van inheemse soorten in te nemen of door op inheemse soorten te jagen;
  • Ziektes overdragen;
  • Een gevaar vormen voor de gezondheid van de mens, dieren en planten;
  • Economische schade berokkenen.

Oorzaken en gevolgen

Wat kan jij doen?

VOOR

  • Koop inheemse (of niet-invasieve uitheemse) planten en dieren. Vraag ernaar in de speciaalzaak of in het vijver- of tuincentrum.
  • Dump geen dieren, planten of groenafval in de natuur. Groenafval kan op de composthoop of bij het gft-afval. Dieren breng je naar een asiel of een gespecialiseerd opvangcentrum.
  • Je mag niet zomaar elk dier of elke plant meebrengen naar België. Volg de regels van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen (FAVV).

TIJDENS

  • Bij invasieve exoten kan de overheid een meldpunt oprichten, waarop je de aanwezigheid van deze planten, dieren of schimmels kan signaleren. Je kan waarnemingen van invasieve exoten melden op waarnemingen.be/exoten of de app Wild In Zicht. Voor bepaalde invasieve exoten zijn er ook specifieke initiatieven, bijvoorbeeld Vespa-Watch voor de Aziatische hoornaar en Craywatch voor invasieve rivierkreeften.
  • Volg de aanbevelingen van de overheid. Er zullen aangepaste adviezen volgen.

NA

Er zijn geen specifieke aanbevelingen. 

Impact en waarschijnlijkheid

De cijfers voor waarschijnlijkheid en impact beschrijven een invasieve exotenplaag van een extreme omvang. De BNRA omschrijft zo’n scenario in theorie als:

  • Een invasieve soort van de lijst van zorgwekkende exoten voor de EU verspreidt zich met hoge blootstelling en impact.     
  • Dit kan een exoot zijn die wijdverspreid is in België, semi-natuurlijke ecosystemen koloniseert, een grote negatieve economische impact heeft (bijvoorbeeld schade aan infrastructuur), een sterke impact heeft op de gezondheid van de mens, dieren of planten (bijvoorbeeld uitstoten van grote hoeveelheden allergeen stuifmeel) en zeer schadelijk is voor het milieu. 

Hoe moet je deze resultaten lezen?

Binnen de BNRA beoordeelden experten steeds 3 scenario’s per risico: aanzienlijk, grootschalig of extreem. Op iedere pagina vind je de resultaten van het scenario waarvoor de score van waarschijnlijkheid x impact het grootst is. Dit betekent niet dat dit scenario zo zal plaatsvinden of het meest waarschijnlijk is. Lees hier meer over hoe je de resultaten correct interpreteert

 

Waarschijnlijkheid

Gemiddeld

Impact op de mens

Laag

Impact op de maatschappij

Laag

Impact op het milieu

Gemiddeld

Financiële impact

Laag

Wat doen overheden?

Sinds 2015 bestaat er een Europese verordering om de negatieve impact van invasieve exoten te beperken. Deze verordering zet in op drie aspecten:

  1. Preventie: voorkomen dat invasieve exoten zich in onze gebieden kunnen vestigen door bijvoorbeeld een verbod op handel of eigendom.
  2. Snel opsporen en reageren: via een meldpunt kan de overheid nieuwe of zorgwekkende invasieve exoten snel opsporen en onmiddellijk reageren.
    3. Beheren of terugdringen: het beheren of terugdringen van invasieve exoten die al aanwezig zijn in ons land.

Binnen het kader van de milieu- en dierenwelzijnswetgeving zien o.a. de regionale overheden, de FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de voedselketen en Leefmilieu en het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen toe op het naleven van deze maatregelen. Binnen de regionale overheden is bestrijding van invasieve exoten een taak voor: 

Er bestaat een samenwerkingsakkoord tussen alle bevoegde overheden. Zo werd bijvoorbeeld het Nationaal Comité voor IAS opgericht, een nationale wetenschappelijke raad en een nationaal wetenschappelijk secretariaat.