Algemeen dreigingsniveau teruggebracht naar 2 : aangepaste veiligheidsmaatregelen

Openbare Veiligheid
Terrorisme
Op maandag 22 januari 2018 heeft het Orgaan voor de Coördinatie en de Analyse van de Dreiging (OCAD) zijn nieuwe dreigingsevaluatie gepresenteerd aan Nationale Veiligheidsraad: het dreigingsniveau werd vastgelegd op niveau 2 (op een schaal van 4) voor het hele land. Op basis van deze analyse van OCAD en een risicoanalyse heeft het Crisiscentrum de algemene voorzorgs- en beschermingsmaatregelen aangepast. Ook bij een daling van het dreigingsniveau, blijft het risico evenwel bestaan. Overheden, private partners en bevolking, worden aangespoord om bij te dragen tot de ontwikkeling van een ‘veiligheidscultuur’ en zodoende weerbaar te zijn tegen de risico’s in onze samenwenleving.

 

Het algemeen dreigingsniveau vastgelegd op niveau 2

In overleg met zijn partners en op basis van de beschikbare informatie, heeft het OCAD op 22 januari 2018 het algemene dreigingsniveau voor ons land aangepast naar 2 (op een schaal van 4). Dit houdt in dat de dreiging is afgenomen en een aanslag minder waarschijnlijk is geworden. Niveau 2 betekent echter niet dat er geen dreiging meer is.

Tegelijk behoudt het OCAD een niveau 3 voor bepaalde gevoelige plaatsen. Om veiligheidsredenen is het niet opportuun dit verder toe te lichten.

Evolutie van het dreigingsniveau

Waarom kan het dreigingsniveau naar 2 worden verlaagd?

Het OCAD analyseert en evalueert de beschikbare informatie. Deze informatie kan punctueel en concreet zijn maar ook contextueel. Het OCAD hanteert voor deze evaluaties een vaste methodologie.

Het fysieke (zelfverklaarde) kalifaat bestaat niet meer in Syrië en Irak. Ook de dreiging die uitgaat van het virtuele kalifaat is momenteel kleiner: de officiële propaganda, die de zogenaamde “lone actors” ertoe aan wil zetten om bij ons aanslagen te plegen, is afgenomen. IS heeft veel van zijn aantrekkingskracht verloren.
 
De laatste drie maanden werden er geen aanslagen, opgeëist door IS, meer gepleegd op Europees grondgebied. Er komt momenteel minder informatie binnen op het OCAD gelinkt aan terroristische dreiging in ons land.

Zoals gebruikelijk wordt de algemene dreigingsevaluatie overgemaakt aan de Nationale Veiligheidsraad, waar, op voorstel van het Crisiscentrum en haar partners, over de veiligheidsmaatregelen wordt beslist.

De dreiging is dus niet verdwenen, maar de dreigingselementen waarover het OCAD heden beschikt, leiden tot algemeen niveau 2 voor heel het land.

‘Het is nu belangrijk om te evolueren naar een veiligheidscultuur op lange termijn, die zowel inzet op veiligheid als op preventie van problematische radicalisering.’

Paul van Tigchelt, directeur van het OCAD         

Dreigingsniveaus:

 1° het " Niveau 1 of LAAG " indien blijkt dat de persoon, de groepering of de gebeurtenis die het voorwerp uitmaakt van de analyse niet bedreigd is;
 2° het " Niveau 2 of GEMIDDELD " indien blijkt dat de dreiging tegen de persoon, de groepering of de gebeurtenis die het voorwerp uitmaakt van de analyse weinig waarschijnlijk is;
 3° het " Niveau 3 of ERNSTIG " indien blijkt dat de dreiging tegen de persoon, de groepering of de gebeurtenis die het voorwerp uitmaakt van de analyse mogelijk en waarschijnlijk is;
 4° het " Niveau 4 of ZEER ERNSTIG " indien blijkt dat de dreiging tegen de persoon, de groepering of de gebeurtenis die het voorwerp uitmaakt van de analyse ernstig en zeer nabij is.

Meer in detail

Het OCAD spreekt in zijn evaluaties van een drievoudige dreiging, uitgaande van IS:

1. Commando’s van Syriëstrijders (Foreign Terrorist Fighters of FTF’ers), uitgestuurd door IS. Zij kregen in de conflictzone instructies en vorming. De laatste aanslag in Europa van zo’n commando was die van 22 maart 2016 in ons land. Momenteel hebben we geen bevestigde informatie over zulke commando’s. Bovendien: er zijn weinig terugkeerders momenteel, zij die terugkeren zijn voornamelijk vrouwen en kinderen. Het is voor zulke commando’s moeilijker geworden om het Europese vasteland te bereiken.

2. Aangestuurde Homegrown Terrorist Fighters of HTF’s. Dit zijn lone actors die via gesloten sociale mediagroepen of geëncrypteerde apps in contact staan met IS (personen in de conflictzone), en vanuit de conflictzone worden aangestuurd om hier aanslagen te plegen. Zulke aansturing is momenteel veel minder evident.

3. Geïnspireerde HTF’s: Homegrown Terrorist Fighters die niet in contact staan met IS maar die geïnspireerd worden door de zogenaamde “ideologie” van IS, en door de propaganda van IS, om hier aanslagen te plegen. Niet weinig blijken dit mensen te zijn met mentale problemen. Ook deze dreiging is afgenomen: er is minder propaganda, het is momenteel minder aantrekkelijk om aanslagen te plegen in naam van IS.

Dreigingsbeeld IS

 

Aangepaste veiligheidsmaatregelen

In nauw overleg met OCAD en op basis van de evaluatie, heeft het Crisiscentrum een eigen risicoanalyse uitgevoerd op basis van een globale ‘security’ en ‘safety’ aanpak, om zodoende de eventuele aanpassingen van de veiligheidsmaatregelen te identificeren.

Om de operationele uitvoering van de voorstellen te waarborgen, heeft het Crisiscentrum verschillende coördinatievergadering met de betrokken partners georganiseerd. Het nieuwe pakket van algemene en bijzondere voorzorgs- en veiligheidsmaatregelen werd door het Crisiscentrum voorgesteld op de Nationale Veiligheidsraad van 22 januari 2018.

Na de voorstelling van de veiligheidsmaatregelen aan de Nationale Veiligheidsraad, heeft het Crisiscentrum zijn partners geïnformeerd over de nieuwe algemene voorzorgs- en veiligheidsmaatregelen voor heel het land. Deze aanpassingen van de veiligheidsmaatregelen zullen geleidelijk aan gebeuren in de komende weken en maanden.

Welke veiligheidsmaatregelen zijn van kracht?

In naam van de minister van Veiligheid en van Binnenlandse Zaken, bepaalt het Crisiscentrum dagelijks veiligheidsmaatregelen op basis van de evaluatie van het OCAD en een specifieke risicoanalyse.

De algemene veiligheidsmaatregelen voor het heel het land die worden bepaald door het Crisiscentrum, worden door de lokale autoriteiten en politiezones op basis van een operationele analyse van de risico’s vertaald in adequate specifieke maatregelen. Deze lokale aanpak laat toe om de veiligheidsmaatregelen te verfijnen naar de realiteit op het terrein. De lokale politie, eventueel bijgestaan door de federale politie, kan onder bepaalde omstandigheden, goedgekeurd door de Nationale Veiligheidsraad, rekenen op de ondersteuning van Defensie voor de beveiliging van sommige gevoelige plaatsen.

Concreet zullen deze maatregelen flexibeler en misschien minder zichtbaar voor de bevolking zijn, met name een aangepaste aanwezigheid van militairen ter ondersteuning van de politiediensten. Voor bepaalde gevoelige plaatsen, zal het versterkte veiligheidsdispositief behouden blijven.

Het Crisiscentrum zal geen verdere details geven over de maatregelen die zijn genomen om de doeltreffendheid ervan te waarborgen. De betrokken overheden en diensten blijven de situatie op de voet opvolgen. Indien nodig kunnen de genomen voorzorgs- en beschermingsmaatregelen worden aangepast en kunnen ze evolueren in de tijd.

 

De ‘veiligheidscultuur’ om de weerbaarheid van onze samenleving te versterken

Gelet op het steeds aanwezige risico (een alleenstaande daad of een aanslag kan immers nooit uitgesloten worden), spoort het Crisiscentrum aan om de ontwikkeling van een "veiligheidscultuur" voort te zetten.

Ten aanzien van een sterke dreiging en in het kader van een verhoogde waakzaamheid, ontstonden er de voorbije maanden goede praktijken om het veiligheidsniveau in België te verhogen. De lokale overheden en de betrokken private partners worden aangespoord om deze initiatieven voort te zetten, en al de acties die bijdragen tot een risicodaling te behouden.

Elke burger wordt eveneens uitgenodigd om te helpen het veiligheidsniveau te verhogen door zijn eigen weerbaarheid tegen de risico's van onze samenleving te ontwikkelen (door zich meer bepaald te informeren over de juiste handelswijze in geval van crisis via http://www.risico-info.be).