Nucleaire oefening Mol-Dessel: eerste indrukken

Noodplanning
OefeningenNucleairNoodplannen
Op 29 en 30 oktober 2015 is een oefening georganiseerd waarbij een nucleair incident wordt gesimuleerd. Daarbij zijn de sites van Belgoprocess en het Studiecentrum voor Kernenergie (SCK•CEN) in Dessel en in Mol betrokken.

Op de eerste dag van de oefening lag de nadruk vooral op de uitvoerbaarheid van de schuilmaatregel en op de informatiedoorstroming tussen de betrokken instanties op diverse niveaus, namelijk de federale, provinciale en gemeentelijke en regionale overheden, hulpdiensten en de uitbaters van de nucleaire installaties in Mol-Dessel. Op de tweede dag ligt de focus via een workshop op de nazorg, de terugkeer naar een genormaliseerde situatie.

Via deze oefening wensten de diensten na te gaan in welke mate de genomen beslissingen en de informatieverstrekking die daaromtrent wordt georganiseerd, efficiënt zijn en ook daadwerkelijk kunnen opgevolgd worden door de bevolking. Hiervoor hield een aantal inwoners uit Mol en Dessel bij waar ze gisteren waren. Op 16 november wordt tijdens een ‘klankbordgroep’ nagegaan of de gecommuniceerde beslissingen duidelijk waren en haalbaar zouden zijn.

 

Fictief scenario

Het oefenscenario voorzag een beperkte uitstoot van radioactief jodium bij het SCK•CEN en een transportongeval bij Belgoprocess op hetzelfde moment, met tussenkomst van de hulpdiensten. Het nationaal nucleair noodplan, het noodplan van de gouverneur en van de burgemeesters, alsook de interne noodplannen van de uitbaters werden afgekondigd. Om blootstelling aan de straling te vermijden werd (fictief) aan de betrokken inwoners verzocht om te schuilen en om geen groenten uit de moestuin te eten.

Om de oefening zo realistisch mogelijk te laten verlopen, simuleerden een 90-tal studenten van het Heilig Graf Instituut uit Turnhout en de Artesis Plantijn Hogeschool Antwerpen de reactie vanuit de bevolking en de media. Om deze gesimuleerde reacties te monitoren op sociale media (via een afgeschermd oefenplatform) en bij het informatienummer (via de reële inzet van 10 operatoren van IPG), is het ondersteuningsteam voor crisiscommunicatie “Team D5” mee ingezet. Samen met de communicatiemensen van het gemeentelijk, provinciaal en federaal coördinatiecomité vormde het één virtueel team.

 

Eerste indrukken

Er is een aantal eerste indrukken verzameld waarvoor in de komende maanden een grondigere analyse wordt uitgevoerd. Uit deze evaluaties kunnen dan verbeterpunten gehaald worden om de bestaande procedures te verfijnen, met het oog op de bescherming van de bevolking.

Het scenario gaf aanleiding tot heel wat positieve discussies over de verhouding tussen het nemen van beschermingsmaatregelen voor de bevolking en de communicatieve uitdaging om deze complexe situatie toe te lichten. Bijvoorbeeld: enerzijds het respecteren van de strenge gezondheidsnormen en anderzijds de impact ervan op het dagelijkse leven indien er een neerslag van jodium op de bodem is.

Het belang van informatie aan de bevolking kreeg dus veel aandacht. Positief was de communicatieve afstemming tussen de betrokken diensten en de aandacht voor sociale media. Het spanningsveld tussen de snelheid van communicatie en de snelheid van besluitvorming is evenwel een bekommernis.

De beleidsmensen en operationele diensten moesten gepaste beschermingsmaatregelen nemen op basis van een beperkte informatie over de feitelijke situatie. Dit maakte de situatie complex en wijst op het belang van gevalideerde meetgegevens. Ook de noodzaak van een gedeelde beeldvorming (situational awareness), informatiebeheer als ondersteuning voor de beslissingen, en een efficiënte informatiedoorstroming zijn daarbij essentieel. Het gebruik van een veiligheidsportaal en voorafgaande afspraken rond het bepalen van nucleaire interventiezones waren alvast een meerwaarde.

De verschillende actoren stellen vast dat er een sterke bereidheid tot samenwerking is. Door regelmatig te oefenen zijn de disciplines goed op elkaar ingespeeld en kennen ze de procedures, wat een vlotte ontplooiing mogelijk heeft gemaakt. Het is alvast nuttig gebleken om procedures uit te testen binnen een sterk geregionaliseerde materie, zoals de aspecten rond mobiliteit.