Nucleaire noodplanning

Noodplanning
NucleairNoodplannen
Een evolutief proces ten dienste van onze veiligheid
Nucleaire noodplanning

De noodplanning is de laatste jaren sterk geëvolueerd dankzij de uitwisselingen, samenwerkingen, oefeningen en helaas ook door de noodsituaties in België of elders in de wereld. Het Crisiscentrum (FOD Binnenlandse Zaken) heeft een centrale rol in de ontwikkeling van de noodplanning. Dit is ook gebleken tijdens de studiedagen die zijn georganiseerd ter gelegenheid van 10 jaar lokale noodplanning.


De noodplanning professionaliseert zich steeds meer. Het blijft onmisbaar als kader voor het dagelijkse werk van de veiligheidsactoren, in een interdepartementale en interdisciplinaire aanpak van talrijke risico’s. Het crisisbeheer vereist een gestructureerde én flexibele organisatie, die noodzakelijk is om snelle en weloverwogen beslissingen te nemen.


De noodplanning en het crisisbeheer maken het voorwerp uit van een voortdurend evoluerend proces door de bevoegde overheden en de hulp- en interventiediensten. 

Actualisering van het nationaal nucleair noodplan: stand van zaken

Het nucleair risico vormt sinds 1991 een onderdeel van de noodplanning (geactualiseerd in 2003). Dit geïdentificeerde en erkende risico verdient een specifieke aandacht van alle betrokken actoren en een ruime informatiedoorstroming naar het publiek (onder andere via www.nucleairrisico.be).


Als coördinator van de noodplanning en het crisisbeheer op nationaal niveau voert het Crisiscentrum sinds geruime tijd diepgaande besprekingen met de verschillende actoren die betrokken zijn bij het nucleair noodplan (in het bijzonder het FANC, Volksgezondheid en de federale diensten van de gouverneurs), om samen te zorgen voor de actualisering ervan.


De actualisering van het nucleair noodplan is gebaseerd op verschillende elementen:

  • de evoluties inzake noodplanning en crisisbeheer;
  • de conclusies van de georganiseerde oefeningen en projecten;
  • de ervaringen opgedaan bij reële incidenten (Fleurus 2008, Fukushima 2011);
  • de adviezen van deskundigen en de ervaringen van burgers (verzameld bijvoorbeeld tijdens paneldiscussies, zoals bij de oefening Mol-Dessel in oktober 2015). 


Het advies van de Hoge Gezondheidsraad en het Verslag van de Wetenschappelijke Raad voor Ioniserende stralingen worden geanalyseerd op het vlak van de impact op de nucleaire noodplanning. Deze adviezen worden samen met andere inzichten ingepast in de actualisering van het nucleair noodplan.


De verschillende elementen in de bovenvermelde adviezen zijn reeds besproken met de actoren van de nationale nucleaire noodplanning. Zij hebben de verdienste om deze pertinente aandachtspunten voor ieders veiligheid en gezondheid te benadrukken, in een context van wetenschappelijke expertise, zoals bijvoorbeeld:

  • het belang om het koninklijk besluit van 2003 te actualiseren op basis van ervaringen van de nucleaire ramp van Fukushima: deze actualisering is bezig onder coördinatie van het Crisiscentrum;
  • het belang om een post-accidentele strategie, extern aan het noodplan, te ontwikkelen: dit element wordt besproken met de voornaamste betrokken actoren;
  • de versterking van de bestaande internationale samenwerking: het Crisiscentrum ondersteunt de ontwikkeling en de versterking door elke partij betrokken bij de internationale samenwerking, met hun administratieve of technische homologen;
  • de betrokkenheid van de burgers bij noodplanning en crisisbeheer: met de burger als eerste veiligheidsactor stimuleert het Crisiscentrum de zelfredzaamheid en de solidariteit (via http://www.risico-info.be en http://www.nucleairrisico.be, of door burgers of specifieke doelgroepen te betrekken bij oefeningen).


Momenteel liggen verschillende voorstellen op tafel ter verbetering van het nationaal nucleair noodplan en van de verschillende operationele procedures, met reflecties over onder andere:

  • de rol van de overheden op de verschillende niveaus
  • de gestructureerde organisatie op federaal niveau
  • de onmiddellijke activering van de crisisstructuren op de verschillende niveaus, ongeacht de ernst van de noodsituatie
  • de onderverdeling van de noodplanningszones
  • de melding van incidenten door de uitbaters
  • de verwittiging van en informatieverstrekking aan de bevolking
  • de internationale informatie-uitwisseling en bijstand
  • de terugkeer naar de post-accidentele toestand
  • ...

Het beheer van een eventueel nucleair incident is complex wegens de socio-economische impact ervan, de veelheid aan betrokken actoren, de potentiële duur ervan en de collectieve of individuele perceptie. De nucleaire noodplanning houdt rekening met deze complexiteit om te waken over ieders veiligheid. Om operationeel te zijn, moet de nucleaire noodplanning concreet gemaakt worden door de betrokkenheid van alle actoren en door de regelmatige inzet voor opleidingen of oefeningen.

Het huidige plan is nog steeds van toepassing

Tijdens de huidige actualisatie is het bestaande nucleair en radiologisch noodplan voor het Belgisch grondgebied (KB van 17.10.2003) nog steeds van toepassing. De organisatie van de nucleaire noodplanning en het crisisbeheer, zoals voorzien in dit KB, vormt alsnog het wettelijk kader.


De noodplanningszones, met inbegrip van de zones voor de predistributie van stabiel jodium, blijven momenteel onveranderd. Concreet gaat het om zones rond de nucleaire sites waarin de beschermingsacties van de bevolking voorbereid worden door de diverse overheden en interventiediensten (tot 20km voor de sites van Doel, Tihange, Mol-Dessel, Borssele en Chooz; 10km voor Fleurus). Het is in deze zones dat de bevolking en de collectiviteiten bij de apotheken preventief stabiele jodiumtabletten kunnen halen.


Voor het hele Belgische grondgebied zijn voorraden stabiele jodiumtabletten beschikbaar om ze te kunnen verdelen onder de bevolking bij een eventueel nucleair of radiologisch ongeval. Elke apotheek in het land beschikt bovendien over een voldoende grote voorraad jodiumhoudende grondstoffen waarmee noodrantsoenen kunnen worden gemaakt.