Terroristische dreiging

Evaluatie van de dreiging
Openbare Veiligheid
Onder de risico’s die van dichtbij gevolgd worden, neemt de terreurdreiging een bijzondere plaats in.

Na de aanslagen in New York (2001), Madrid (2004) en Londen (2005) wordt het risico op een terreuraanslag door alle betrokken Belgische overheden en diensten aangepakt op alle bevoegdheidsniveaus.

Na de gebeurtenissen van de voorbije jaren (de aanslagen op het Joods Museum van België (24 mei 2014) en Charlie Hebdo (7 januari 2015), de politieoperatie in Verviers (15 januari 2015), de verijdelde aanslag op de Thalys (21 augustus 2015), de aanslagen in Parijs (13 november 2015) en de aanslagen in Zaventem en Maalbeek (22 maart 2016)) hebben Belgische overheden hun acties geïntensifieerd.

Met het oog op deze dramatische aanslagen en de huidige internationale context is het risico op een nieuwe terreurdaad in ons land niet onbestaande.

 

Veiligheidsmaatregelen en Dreigingsanalyse

 

Er worden in België dagelijks zichtbare en minder zichtbare maatregelen genomen om de bevolking, belangrijke persoonlijkheden en instellingen te beschermen.

In naam van de Minister van Binnenlandse Zaken neemt het Crisiscentrum voorzorgs- en beschermingsmaatregelen op basis van de evaluaties van het Coördinatieorgaan voor de Dreigingsanalyse (OCAD).

Iedere evaluatie zal het dreigingsniveau bepalen op basis van een beschrijving van de ernst en de waarschijnlijkheid van het gevaar of van de dreiging.

De verschillende dreigingsniveaus worden bepaald door een koninklijk besluit van 28 november 2006:

  • het "Niveau 1 of LAAG" indien blijkt dat de persoon, de groepering of de gebeurtenis die het voorwerp uitmaakt van de analyse, niet bedreigd is;
  • het "Niveau 2 of GEMIDDELD" indien blijkt dat de dreiging tegen de persoon, de groepering of de gebeurtenis die het voorwerp uitmaakt van de analyse, weinig waarschijnlijk is;
  • het "Niveau 3 of ERNSTIG" indien blijkt dat de dreiging tegen de persoon, de groepering of de gebeurtenis die het voorwerp uitmaakt van de analyse, mogelijk en waarschijnlijk is;
  • het "Niveau 4 of ZEER ERNSTIG" indien blijkt dat de dreiging tegen de persoon, de groepering of de gebeurtenis die het voorwerp uitmaakt van de analyse, ernstig en zeer nabij is.

Coördinatie van de terrorismebestrijding 

Terrorismebestrijding vereist de coördinatie en het overleg van verschillende bevoegde Ministers, diensten en overheden. Gelet op haar opdracht om o.a. veiligheidsmaatregelen te treffen, is het Crisiscentrum een actor bij die coördinatie als lid van het Coördinatiecomité Inlichting en Veiligheid is het Crisiscentrum namens de FOD Binnenlandse Zaken vertegenwoordigd in het Strategisch Comité Inlichting en Veiligheid en desgevallend bij de Nationale Veiligheidsraad.

Nationale Veiligheidsraad

De Nationale Veiligheidsraad werkt het algemeen inlichtingen- en veiligheidsbeleid uit, er coördineert en bepaalt de prioriteiten van de inlichtingen-en veiligheidsdiensten. Het is bevoegd voor de coördinatie van de strijd tegen de financiering van het terrorisme en de verspreiding van massavernietigingswapens en bepaalt bovendien het beleid inzake de bescherming van gevoelige informatie. De Raad wordt voorgezeten door de Eerste Minister en is samengesteld uit de Vice-Eerste Ministers en de Ministers van Justitie, Defensie, Buitenlandse Zaken en Binnenlandse Zaken. Op basis van de agenda van de vergadering van de Nationale Veiligheidsraad kunnen eveneens verschillende diensten worden uitgenodigd om de vergaderingen bij te wonen. Koninklijk besluit van 28 januari 2015

Strategisch Comité voor Inlichting en Veiligheid

Het Strategisch Comité is ermee belast elk voorstel te onderzoeken in het kader van het door de Nationale Veiligheidsraad te bepalen inlichtingen- en veiligheidsbeleid, alsook de voorstellen van beslissing om aan de Nationale Veiligheidsraad voor te leggen. Het wordt er eveneens mee belast toe te zien op de gecoördineerde uitvoering van de beslissingen van de Nationale Veiligheidsraad. Het Strategisch Comité wordt voorgezeten door een vertegenwoordiger van de Eerste Minister en bestaat uit de vertegenwoordigers van de andere Regeringsleden die lid zijn van de Nationale Veiligheidsraad, en de voorzitter van het Coördinatiecomité voor Inlichting en Veiligheid. Koninklijk besluit van 2 juni 2015

Coördinatiecomité voor Inlichting en Veiligheid

Het Coördinatiecomité wordt ermee belast om aan de Nationale Veiligheidsraad gecoördineerde voorstellen voor te leggen aangaande :

• het algemeen inlichtingen- en veiligheidsbeleid, 

• de coördinatie van de strijd tegen de financiering van het terrorisme en van de verspreiding van massavernietigingswapens, en 

• het beleid inzake de bescherming van gevoelige informatie. 

Het moet eveneens actieplannen ontwikkelen voor elke door de Nationale Veiligheidsraad bepaalde prioriteit en deze opvolgen of nieuwe prioriteiten voorstellen, de efficiënte samenwerking en uitwisseling van informatie tussen de inlichtingen- en veiligheidsdiensten bevorderen en de gecoördineerde uitvoering van de beslissingen van de Nationale Veiligheidsraad verzekeren.

Het Coördinatiecomité is samengesteld uit de volgende diensten en overheden: Crisiscentrum, Veiligheid van de Staat, Algemene Dienst Inlichting en Veiligheid van de Krijgsmacht, OCAD, Federale Politie, FOD Buitenlandse Zaken, aangewezen College van procureurs-generaal, Federaal Parket. Bovendien kunnen niet-permanente leden worden uitgenodigd om deel te nemen aan de vergaderingen naargelang de onderwerpen die aan bod komen (zoals het Belgisch Centrum voor Cyberveiligheid, de FOD Mobiliteit, de ASN,…). Koninklijk besluit van 2 juni 2015

Het Crisiscentrum maakt deel uit van andere verschillende overleg- en coördinatieorganen voor de veiligheid:

Spoorwegvervoer : het Crisiscentrum is lid van het Federaal Comité voor de Beveiliging van Spoorwegvervoer dat door het koninklijk besluit van 26 januari 2006 gecreëerd werd. De opdracht van dit comité, dat door de FOD Mobiliteit voorgezeten wordt, is de versterking van de strijd tegen het terrorisme in het kader van het spoorwegvervoer. Als gevolg van het koninklijk besluit van 7 maart 2016 is dit Federaal Comité de Nationale Autoriteit voor de Beveiliging van het Spoorwegvervoer geworden. Deze hervorming is het gevolg van de maatregelen die onmiddellijk na de verijdelde aanslag op de Thalys in augustus 2015 goedgekeurd werden.

Maritiem transport : het Crisiscentrum is lid van de International Ship and Port Facility Security (ISPS), die na de aanslagen van 2001 werd gecreëerd. Op Europees niveau werden veiligheidsmaatregelen vastgelegd, om te vermijden dat de controle over een schip wordt overgenomen en dat dit schip voor het transporteren van wapens gebruikt wordt. Er zijn ook maatregelen voor de bescherming van de havens en de havenfaciliteiten.

Kritieke infrastructuur : na de aanslagen in de USA (2001) en in Madrid (2004) is op initiatief van de EU een programma voor de bescherming van de Europese kritieke infrastructuur (EPCIP) gecreëerd, om prioriteiten vast te leggen voor de strijd tegen de terreurdreiging. In België is het Crisiscentrum belast met de coördinatie van deze materie. In die hoedanigheid neemt het Crisiscentrum actief deel aan de activiteiten met betrekking tot de identificatie van de kritieke infrastructuur en de reglementering waarvoor de verschillende sectorale overheden verantwoordelijk zijn.

Partnerschap openbare sector-privé-sector : sinds 2009 is er een protocolakkoord met betrekking tot het “Early Warning System” (EWS) tussen de partners van de openbare sector en de privé-sector. Het gaat om een informatienetwerk van de ondernemingen dat gericht is tegen de terreurdreiging en de dreiging van het extremisme. De ondernemingen en de openbare diensten wisselen via een vaste procedure informatie uit. Het VBO en het Crisiscentrum spelen een cruciale rol (permanentie 24/24) in het kader van de gerichte verspreiding van informatie die betrekking heeft op de materie.

 

Crisisbeheer en noodplanning

Bij een zeer nabije terreurdaad of dreiging is het de rol van het Crisiscentrum om te alarmeren en vervolgens alle overheden en hulp- en veiligheidsdiensten te helpen om samen de nodige beslissingen te nemen gezien de situatie.

Het crisiscentrum stelt zijn infrastructuur ter beschikking en biedt zijn expertise aan bij het interdepartementaal beheer en de coördinatie van noodsituaties.

 
Informatiekruispunt voor overheden

Het Crisiscentrum identificeert en volgt de gebeurtenissen en incidenten die plaatsvinden op het Belgische grondgebied, en eveneens internationale gebeurtenissen die een impact kunnen hebben in België.

De Permanentie van het Crisiscentrum verzamelt, analyseert en verspreidt dringende informatie van allerlei aard naar de bevoegde instanties.

Dit gebeurt met name door het versturen van veiligheidsaanbevelingen naar de politiezones op basis van de analyse van het OCAD over het dreigingsniveau.

Bij een terreurdaad is het overigens de taak van de Permanentie om alle betrokken overheden en diensten te alarmeren. Zij gaat dan de rol vervullen van centraal meldpunt.

 
Reacties van de overheden plannen

De aanpak van noodsituaties door de overheden wordt beschreven in noodplannen. Door de acties van de overheden te plannen en te coördineren kan er zo efficiënt mogelijk worden gereageerd op het moment van een noodsituatie.

België beschikt over een Nationaal noodplan voor terroristische aanslag of gijzelneming. Een gijzelneming of een terroristische aanslag heeft in de meeste gevallen een nationale impact en zal een onmiddellijke reactie vereisen.  Dit soort van gebeurtenis vereist een antwoord van de gerechtelijke en bestuurlijke overheden, met een geïntegreerde en multidisciplinaire betrokkenheid van de politie- en inlichtingendiensten, de hulpdiensten en andere overheidsdiensten.

Dit nationaal plan is eveneens uitvoerig beschreven en gepreciseerd op provinciaal niveau, waarbij iedere Gouverneur de veiligheidsactoren van zijn provincie samenbrengt om het noodplan te operationaliseren en aan te passen aan de lokale realiteit.

U vindt hier het koninklijk besluit van 1 mei 2016 tot vaststelling van het nationaal noodplan betreffende de aanpak van een terroristische gijzelneming of terroristische aanslag.   Om veiligheidsredenen is de inhoud van het noodplan niet openbaar gemaakt.

Oefenen

Sinds  2012  hebben  het Crisiscentrum en het  Federaal  Parket  verscheidene  oefeningen  georganiseerd  teneinde de procedures en de noodplannen van de betrokken overheden en diensten te testen. De doelstelling van deze oefeningen was om in dit domein  de  gemengde  toepassing  van  de  gerechtelijke  en  administratieve procedures te testen, de wisselwerking tussen de bevoegdheden van elkeen te analyseren, de verschillende overheden te trainen op het oplossen van situaties die zich werkelijk zouden kunnen voordoen en om  de  verschillende  besluitvormings
en  communicatieprocessen te verbeteren.

 

Informatie van de bevolking

Bij een terreurdaad coördineert het Crisiscentrum de communicatie van de overheden teneinde de burgers te alarmeren en te informeren.   

Naast de samenwerking met de media hanteert het Crisiscentrum verschillende rechtstreekse communicatiekanalen met de bevolking:

  • Op deze website komt alle informatie samen die wordt verspreid door de Belgische overheden bij een aanslag;
  • De Facebook- en Twitteraccounts van het Crisiscentrum worden gebruikt om informatie te verspreiden, te verwijzen naar de website en zoveel mogelijk in dialoog te gaan met de burgers;  
  • Er kan eventueel een informatienummer ter beschikking worden gesteld van de burgers, zowel voor algemene informatie als voor informatie voor slachtoffers en familieleden van slachtoffers.

Het Crisiscentrum ziet eveneens toe dat er preventief wordt geïnformeerd over de terroristische dreiging.  De burgers kunnen informatie terugvinden over de aan te nemen goede gedragingen bij een terreurdaad op:

Aanslagen 22.03.2016

Hier vindt u alle informatie over de gevolgen van de aanslagen van 22.03.16 op de luchthaven van Zaventem en het metrostation Maelbeek